Branche voor duurzame inzetbaarheid
← Terug naar het overzicht

Evaluatie aanpassingen Wet Educatie en Beroepsonderwijs en onderzoeksrapport

Sinds 1 januari 2015 worden de WEB-middelen middels een specifieke uitkering toegekend aan de contactgemeenten van de 35 arbeidsmarktregio’s (AMR’s). Deze 35 contactgemeenten zijn verplicht om samen met de andere gemeenten in de AMR een regionaal educatieplan op te stellen. Voor deze vorm (specifieke uitkering) is gekozen om te voorkomen dat de middelen voor educatie zouden ‘verdwijnen’ in de transitie van de WMO. In de Wet is opgenomen dat de middelen in 2018 in het gemeentefonds zouden opgaan, tenzij uit de evaluatie zou blijken dat dat onverantwoord is.
De Minister heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over de resultaten van het evaluatieonderzoek en het rapport toegestuurd. Ze heeft ook aangekondigd dat het besluit over het opnemen van de educatie-middelen in het gemeentefonds voorlopig is uitgesteld.

Samenvatting van het evaluatie-onderzoek
De wijziging van de WEB en de ruimte die de gemeenten daarmee kregen om andere aanbieders dan alleen roc’s te bekostigen uit WEB-middelen heeft tot gevolg gehad dat er een divers educatieaanbod is ontstaan. Er is meer variatie gekomen in het type trajecten dat wordt aangeboden en in het type aanbieders van educatie. Daarbij zijn grote verschillen tussen AMR’s: een klein aantal AMR’s besteedt alle WEB-middelen aan non-formele educatie, terwijl een klein aantal andere AMR’s de keuze heeft gemaakt om in 2016 alle WEB-middelen in te zetten voor formele educatie. Daarbij moet worden aangetekend dat de termen formele educatie en non-formele educatie in de praktijk veelal anders worden opgevat dan in de WEB is omschreven
Gemiddeld besteden AMR’s nog 61 procent van hun WEB-middelen aan formele educatie in, meestal, de bredere opvatting van formele educatie.

Verandering in aanbieders
De rol van de roc’s wordt op veel plaatsen kleiner en/of verandert. In veel AMR’s spelen roc’s ook een rol in de non-formele educatie (in de smalle betekenis), met name in de begeleiding van vrijwilligers en bij de doorverwijzing van laaggeletterden naar trajecten. Commerciële aanbieders gaan een grotere rol spelen in het formele aanbod en zijn hier een daar ook aanbieder van non-formele educatie. Overige aanbieders, zoals bijvoorbeeld welzijnsorganisaties en bibliotheken, spelen een grote rol in het non-formele aanbod. Bibliotheken vervullen daarbij in veel gemeenten/AMR’s een faciliterende en/of coördinerende rol in een Taalhuis: een laagdrempelige voorziening voor laaggeletterden. In het non-formele aanbod worden vooral vrijwilligers ingezet. Ook in formele educatietrajecten worden naast professionele krachten vaak vrijwillige ondersteuners ingezet.
Er zijn grote verschillen tussen, maar ook binnen regio’s, in de mate waarin het non-formele aanbod gestalte heeft gekregen. De invulling van het non-formele aanbod blijkt vooral een lokale aangelegenheid te zijn. In veel gemeenten is men nog volop bezig met het opzetten van non-formeel aanbod.
De verwachting is dat met een non-formeel, laagdrempelig aanbod een grotere doelgroep laaggeletter-den bereikt kan worden, in het bijzonder de NT1 doelgroep.

Aansluiting van educatie bij het sociaal domein
De aansluiting van educatie bij het sociaal domein is bij lange na nog niet gerealiseerd: bijna de helft van de respondenten stelt aan het begin te staan bij de aansluiting van educatie bij het sociaal domein. Bijna veertig procent zegt hiermee redelijk op weg te zijn. Als belangrijkste oorzaak daarvoor worden de transities in het sociaal domein genoemd die alle aandacht van de organisaties die daarin actief zijn opslokten en het feit dat de focus van deze organisaties vaak bij het oplossen van acute problemen ligt, zoals bijvoorbeeld schuldenproblematiek. Dat laaggeletterdheid een onderliggende oorzaak bij andere problemen kan vormen, wordt nog niet altijd gezien en als het besef er wel is wordt daar nog niet altijd op geacteerd. Om de aansluiting van educatie bij het sociaal domein te realiseren is vooral tijd en bewustwording nodig en moet er een focus komen op langere termijndoelen in plaats van korte termijn successen, volgens beleidsmedewerkers educatie van gemeenten die deelnamen aan de miniconferentie.

Kwaliteit en monitoring
Roc’s en commerciële aanbieders van educatie verantwoorden hun inspanningen en resultaten op educatiegebied naar de gemeenten. In de meeste gemeenten zijn beleidsmedewerkers nog zoekende naar de manier waarop zij de kwaliteit van het non-formele aanbod moeten borgen. Het beperkte aantal gemeenten dat maatregelen heeft genomen op dit vlak zoekt de borging van de kwaliteit van het non-formele aanbod vooral in de scholing van de vrijwilligers door roc’s.
Daarnaast zijn de gemeenten nog zoekende naar de manier waarop zij de non-formele trajecten kunnen monitoren. Vooralsnog is in vrijwel geen enkele AMR sprake van monitoring van het gehele educatiebeleid.

Conclusie
Het is nog te vroeg om de WEB-middelen ongeoormerkt op te laten gaan in het gemeentefonds. De ontwikkeling van het non-formele educatieaanbod is op veel plaatsen nog in volle gang en educatie is nog vrijwel nergens goed aangehaakt bij het sociaal domein. Het bereik van het aantal laaggeletterden met WEB-middelen is nog zeer beperkt. Meer dan de helft van de beleidsmedewerkers educatie denkt dat de continuïteit van educatie in hun gemeente in gevaar komt wanneer de WEB-middelen niet langer geoormerkt zouden zijn.
De bestedingsmogelijkheden van de WEB zouden verruimd moeten worden waardoor het mogelijk wordt niet alleen WEB-trajecten te betalen maar ook zaken als de werving van deelnemers, de coördinatie van non-formele educatie en de monitoring daarvan alsmede de regionale samenwerking in de AMR.

Bron: OVAL