In een brief van 10 maart jl. schetst Minister Asscher de onderwerpen waar naar verwachting in 2017 advies over zal worden gevraagd aan de SER. Relevant voor de branche van werk, loopbaan en vitaliteit zijn:
- Integratie door werk
- Flexibiliteit binnen arbeidsorganisaties
- Gezond en veilig werken
- Sociale ondernemingen en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt
- Sociale economische aspecten/thema’s in de gezondheidszorg
Integratie door werk
De SER zal worden gevraagd advies uit te brengen over hoe de arbeidsparticipatie van immigranten kan worden verhoogd en daarmee de integratie kan worden verbeterd. De SER wordt gevraagd hierin de aanbevelingen van het WRR-rapport 'Geen tijd verliezen' en de hieruit voortgekomen nieuwe vormen van ondersteuning en dienstverlening te betrekken (en verbreding hiervan naar oudkomers). De SER wordt daarbij verzocht ook specifiek in te gaan op de invloed die van sociale zekerheid en andere instituties uitgaat op een al dan niet succesvolle integratie.
Flexibiliteit binnen arbeidsorganisaties
De SER wordt gevraagd in zijn advies in te gaan op de volgende vragen. Welke mogelijkheden zijn er voor vormen van deze zogenoemde interne flexibiliteit. Wat zijn kansrijke (nieuwe) vormen van interne flexibiliteit in werkplaats en -tijd (bijv. zelfroosteren), in taken en functies (bijv. functieroulatie, mobiliteit binnen de organisatie, loopbaanontwikkeling) en in arbeidsvoorwaarden (bijv. variabel belonen)? Wat werkt wel en wat werkt niet? Op welke wijze dragen deze vormen bij aan (de doelen van) de organisatie en de mogelijkheden van de mensen die daarvan onderdeel uitmaken? In hoeverre heeft interne flexibiliteit gevolgen voor innovatie binnen arbeidsorganisaties en voor Nederland als geheel? Wat vraagt dit van de verschillende actoren?
Gezond en veilig werken
Sociaal-economische ontwikkelingen als flexibilisering en toenemende diversiteit van arbeidsrelaties en vormen van economische bedrijvigheid (zoals de groei van het aantal zzp'ers), deeleconomie en robotisering hebben grote gevolgen voor de Nederlandse economie, werkgelegenheid en arbeidsmarkt in het algemeen. Het is van belang de betekenis van deze ontwikkelingen voor het stelsel voor gezond en veilig werken (arbeidsomstandigheden) en de algemene kaders zoals die zijn opgenomen in de huidige wet- en regelgeving, nader te verkennen.
Sociale ondernemingen en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt
Veel partijen/actoren zijn actief bij het aan het werk helpen en houden van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Sommige organisaties werken vanuit een intrinsieke motivatie, zoals zogenoemde sociale ondernemingen, andere doen dat omdat ze vanuit de overheid die taak hebben gekregen, zoals de (sociale) werkbedrijven. Ook gemeenten en reguliere bedrijven zijn op dit terrein actief. In zijn verkennend advies Sociale ondernemingen (mei 2015) heeft de SER gewezen op het belang van de verbindingen tussen sociale ondernemingen, werkbedrijven en overige organisaties die zich bezig houden met re-integratie. De SER geeft aan dat steeds meer ondernemingen actief sociaal en inclusief ondernemen. Daarmee komt steeds meer ervaring beschikbaar over hoe men de talenten van mensen met een arbeïdsbeperking kan benutten en vervolgens vertalen naar passend werk. Volgens de SER is het wenselijk dat deze ervaringen gedeeld worden en bijvoorbeeld door best practices inzichtelijk gemaakt worden. Dit levert een bijdrage aan de overheidsdoelstelling van een inclusieve arbeidsmarkt en vergroot de maatschappelijke impact van sociale ondernemingen. De SER wordt gevraagd deze gedachte in samenwerking met gemeenten uit te werken en inzichtelijk te maken hoe publieke partijen en sociale ondernemingen kunnen samenwerken om daar beiden meerwaarde van te hebben en hoe kwetsbare groepen daarvan kunnen profiteren. Hiermee wordt de herkenning en daarmee het draagvlak voor de inspanningen van sociale ondernemingen vergroot.
Thema’s zorg
Verschuiven van de focus in de zorg naar zowel behoud en bevordering van gezondheid als het voorkomen van ziekte en beroep op zorgvoorzieningen, met in het bijzonder aandacht voor zgn. sociaaleconomische gezondheidsverschillen (o.a. tussen laag- en hoogopgeleiden). Het kabinet vraagt hierbij uitdrukkelijk aandacht voor de rol die sociale partners hierbij zelf kunnen spelen, en voor het duurzaam verankeren van initiatieven als 'Alles is gezondheid...' gericht op preventie binnen en buiten het systeem van de gezondheidszorg.
Bron: OVAL en SER