De invloed van werk op de mentale en fysieke gezondheid is enorm. Het hebben van werk geeft zin en structuur, zelfs als het werk onder je werk- en denkniveau is. Het beleid in Nederland, de inrichting van de zorg en begeleiding van werkzoekenden en chronisch zieken moet hierop worden aangepast. ‘Er staan allerlei schotten, maar professionals en beleidsmakers moeten op dit punt veel meer interdisciplinair samenwerken.’ Dat bepleit hoogleraar determinanten van de volksgezondheid Lex Burdorf van het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam. Hij doet, samen met senior-onderzoeker Merel Schuring, al twintig jaar onderzoek naar het onderwerp.
Vaak wordt bij verschillen in gezondheid of sociale omstandigheden gekeken naar opleiding en inkomen, zegt Burdorf. ‘Veel belangrijker, zo blijkt uit ons onderzoek, is of je in staat bent om te werken of niet. Werklozen worden ongezonder door hun werkeloos zijn, en daardoor nemen hun kansen op de arbeidsmarkt af.’ ‘Bij mensen die binnen die twee jaar weer aan het werk gingen, zagen we een spectaculaire verbetering van de algehele gezondheid’.
Het belang van arbeid voor de gezondheid, kun je vanuit drie invalshoeken verklaren. Vanuit sociologisch oogpunt geeft werk zin en maatschappelijke status. Vanuit medisch perspectief zien we dat werk lichaam en geest fit houdt. Als je je hersenen niet gebruikt, neemt de functie af, net als bij spieren. En vanuit het psychologisch perspectief zorgt arbeid voor een doel en een dagritme, waar je je levensstijl op aanpast. Samen met anderen breng je dingen tot stand, zegt Burdorf. ‘Mensen voelen dat ze erbij horen, dat ze positief bezig zijn. Dat gevoel is bij een professor niet anders dan bij een stratenmaker.’
Dat er in Nederland schotten staan tussen, bijvoorbeeld, de bedrijfsarts, de medisch specialist en de huisarts als het gaat om werk en gezondheid, vindt Burdorf onbegrijpelijk. ‘Die professionals moeten het samen doen.’
Lees hier het hele artikel.
Bron: Overheid van nu