Het team Sociale Zekerheid van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS-SOZ) heeft in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) maatwerktabellen opgesteld over het vinden van werk na re-integratieondersteuning.
Toelichting:
De re-integratieondersteuning omvat voorzieningen, zoals bijvoorbeeld loonkostensubsidie, participatieplaats, scholing en training, die door gemeenten worden ingezet om personen aan het werk te helpen. De tabellen betreffen personen van 15 jaar tot de AOW-leeftijd die een SRG-voorziening hebben gehad en gestart zijn met een baan. Deze personen hadden re-integratieondersteuning in de maand waarin zij met de baan begonnen of in de maand daarvoor. Verder geldt dat het alleen gaat om personen die voorafgaand aan de baan een bijstandsuitkering hadden of behoorden tot de NUG’ers (niet-uitkeringsgerechtigden).
Belangrijkste uitkomsten:
In 2015 zijn ruim 48 duizend banen gestart door bijstandsontvangers en niet-uitkeringsgerechtigden vanuit een re-integratievoorziening. Eén maand na de start bestond 90 procent van deze banen nog. Van deze 43,5 duizend banen startte 93 procent vanuit de WWB. De overige 7 procent startte vanuit een NUG-positie. Van alle gestarte banen werkte 22% met een re-integratievoorziening; 43% behield daarnaast (een deel van) de bijstandsuitkering. Daarnaast werkte 24% zonder voorziening of uitkering.
Gemiddeld werd bij 6 procent van alle startende banen een tijdelijke loonkostensubsidie verstrekt. Binnen de groep werkenden met een voorziening was het aandeel banen met een tijdelijke loonkostensubsidie het grootst (19 procent). Daarnaast was bij 8 procent van alle startende banen sprake van een participatieplaats (een baan in het kader van de Participatiewet). Het aandeel participatieplaatsen was het grootst binnen de groep werkenden met een uitkering (14 procent).
In totaal kreeg 78 procent van de werkenden een kortlopende voorziening (minder dan 1 jaar). Indien er naast de baan nog sprake was van een voorziening, al dan niet in combinatie met een uitkering, was er relatief vaak sprake van een langer lopende voorziening.
Bij 50 procent van alle banen die vanuit een bijstandsuitkering zijn gestart na een re-integratievoorziening was de duur van de bijstandsuitkering korter dan 1 jaar. Het aandeel dat minder dan een jaar een bijstandsuitkering ontving was met 43 procent relatief klein binnen de groep werkenden met voorziening en uitkering. Van alle gestarte banen vanuit bijstandspositie was 6% voor personen met een bijstandsduur van 5 jaar of langer.
Bron: CBS