Leden login

Vul hieronder uw wachtwoord en gebruikersnaam in.

Wachtwoord vergeten? Klik hier.

Heeft u nog geen account? Meld u dan nu aan via onze lid worden pagina.

Activerend arbeidsmarktbeleid is een belangrijk instrument om de werkloosheid te bestrijden. Daarbij is het van belang om te weten welke programma’s het meest effectief zijn, voor welke doelgroep en onder welke omstandigheden. Onderzoekers Henriette Maasen van den Brink, Melvin Vooren, Carla Haelermans en Wim Groot hebben een uitgebreide, systematische literatuurstudie uitgevoerd op 474 studies. Het volledige artikel is hier te vinden.

De Nederlandse overheid geeft relatief gezien veel geld uit aan activerend arbeidsmarktbeleid. In 2011 was dit zo’n 1,1 procent van het bbp. Dit is ongeveer twee keer het OESO-gemiddelde, terwijl maar twee OESO-landen (België en Denemarken) meer uitgeven. Deze hoge uitgaven doen de vraag rijzen of dit geld goed besteed is. De uitkomsten van effectevaluaties van arbeidsmarktprogramma’s kunnen hier inzicht in geven. Zij zagen dat activerend arbeidsmarktbeleid over het algemeen redelijk succesvol is, maar dat tussen de programma’s grote verschillen zijn. Programma’s die hulp bieden bij het zoeken naar een baan door middel van gesprekken met intercedenten en maatschappelijk werkers hebben geen significant effect. Daarentegen hebben om- en bijscholingsprogramma’s wel een positief effect. Het effect van deze programma’s neemt wat af na een jaar na de start van het programma, maar de effecten blijven significant positief. Ook programma’s met gesubsidieerd werk in de private sector hebben een positief effect, en dit is groter dan dat van scholingsprogramma’s, ook nog een jaar na invoering van het programma.

Door de overheid gecreëerde banen hebben een negatief effect. Dit is opmerkelijk omdat gesubsidieerde banen in de private sector een sterk positief effect hebben. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat er geen sprake is van een leerproces in een door de overheid gecreëerde baan, terwijl dat in het bedrijfsleven wel zo is. Een deelnemer is dus tijd kwijt zonder iets bij leren. Het negatieve effect kan dan worden verklaard door het feit dat de deelnemers ¬tijdens deze programma’s minder tijd overhouden om op zoek gaan naar een baan, of zelfs helemaal niet zoeken omdat ze in gedachten al een ‘baan’ hebben.

Hun conclusie is dat de meta-analyse naar de succesfactoren van activerend arbeidsmarktbeleid laat zien dat scholingsprogramma’s en gesubsidieerde arbeid in de private sector een significant -positief effect hebben op de arbeidsmarktuitkomsten van de deelnemers. Toekomstige arbeidsmarktprogramma’s zouden dus idealiter een combinatie van scholing of omscholing en een al dan niet gesubsidieerde stage- of werkervaringsplaats binnen de private sector moeten -bevatten. Door de overheid gecreëerde banen hebben een negatief effect op de kans op werk. Voor toekomstig activerend arbeidsmarktbeleid kan dus beter op publiek-private ¬samenwerking worden ingezet.

Bron: OVAL- ESB

14/03/2017

Wilt u meer informatie over dit artikel?

Neem dan contact met ons op.

Gerelateerd nieuwsmeer nieuws 

Email Facebook Google LinkedIn Twitter